De afgelopen week was als een soort koude douche, na al die weken vakantie, lekker eten, snowboarden en in de zon zitten. Omdat ik in de eerste collegeweek op vakantie was en er tussen die vakantie en de volgende slechts vier dagen zaten, had ik nog wat in te halen – ik moet nog een essay schrijven en een stapel papers lezen. Alle lof voor onze docenten trouwens (schaamteloze reclame voor Innovatiewetenschappen!) want ik kreeg van een ervan zelfs een mailtje na m’n vakantie met de vraag of ik het vak nog ging volgen en zelfs een voorstel voor een uitgestelde deadline; een van de voordelen van een kleine opleiding.
De eerste indruk van het tweede semester van de master is dat het toch wat taaier is dan de eerste. Er moet flink veel literatuur gelezen worden voor ieder college (of discussie, moet ik eigenlijk zeggen), anders kun je gewoon niets zinnigs zeggen en uiteraard wordt dat ‘zinnigs zeggen’ gewoon beoordeeld. Ook geschiedenis behoort nu tot het curriculum; in eerste instantie misschien vreemd (we studeren immers innovaties), maar innovaties of ontwikkelingen uit het verleden kunnen wel degelijk iets zeggen over die van vandaag de dag.
Zo hebben we gisteren een discussie gehad over hoe het toch kan dat China, dat vóór 1400 mijlenver voor lag op het Westen qua technologie, niet heeft meegedaan aan de Industriële Revolutie, en het Westen China qua technologie voorbij kon streven. Nou was ik nooit echt goed in geschiedenis, en de 80 pagina’s die gelezen moesten worden waren ook niet al te duidelijk. Toch is het best interessant, en omdat er sowieso weinig aan geschiedenis verschijnt op deze site zal ik een voorbeeld geven. Een leuke stelling (die concreet genoeg is om voor jullie begrijpelijk te zijn zonder diepe innovatie-kennis) was trouwens dat de stoommachine in Engeland is uitgevonden en doorbrak omdat kolenmijnen in Engeland drooggepompt moesten worden (het is immers een eiland); de stoommachine voorzag in die behoefte, en zorgde ervoor dat er nog meer kolen uit de grond kon worden gehaald. Zo belandde Engeland in een soort opwaartse spiraal: meer kolen, meer stoommachines die uiteindelijk ook voor andere taken konden worden ingezet. In China had men al veel langer beschikking over kolen, maar daar waren de mijnen droog en was het inzetten van een stoommachine zelfs gevaarlijk vanwege explosiegevaar. De stoommachine werd niet in China uitgevonden, omdat er simpelweg geen toepassing voor was. In Engeland kwamen de toepassingen vanzelf… Natuurlijk is de Industriële Revolutie niet te verklaren door het verschil tussen natte en droge mijnen, maar het is een leuke toevalligheid (historical contigency, dubbele woordwaarde!) die de discussie voor mij enigszins in te beelden maakte.
Verder moet er komende week een keuze worden ingeleverd voor het buitenlands semester; zoals de meesten intussen wel weten is dat een onderdeel van m’n master, en ben ik als het goed is tussen augustus en januari komend collegejaar in het buitenland aan het studeren. De vraag is uiteraard waar en dinsdag heb ik het met mijn mentor over de mogelijkheden gehad. Bovenaan het lijstje (gebaseerd op mijn interesses en gekozen richting) stonden Göteborg (Zweden) en Jena (Duitsland), maar de bestemming die ik op mijn formulier ga invullen heeft Università Bocconi, en bevindt zich in Milaan! (Enig voorbehoud is op zijn plaats, want er zijn maar een beperkt aantal plaatsen).
Allemaal best spannend dus, en ik moet zeggen dat ik er echt zin in heb. Het lijkt me heerlijk om een keer in een hele andere omgeving te zitten en het is een van die dingen waarvoor je in je leven maar weinig kansen krijgt. Uiteraard kun je, als het zover is, mijn belevenissen in Italië via deze website volgen.