Studie

Jezelf verkopen

Monday 8 March 2010

Vandaag kwam ik een leuk voorbeeld tegen van onderzoek dat je kunt doen als je beschikt over gigantisch veel gegevens van zeg, een online community. Een Amerikaanse datingsite heeft namelijk eens uitgezocht hoe je jezelf het best op een profielfoto kunt zetten. Mannen kunnen het beste niet lachen en niet in de camera kijken; vrouwen kijken het best ‘flirty’ en maken oogcontact. Foto’s van jezelf gemaakt met een mobieltje werken gek genoeg béter dan normale foto’s. En, tip nummer drie: een foto waar je niet eens opstaat werkt het best van allemaal.

Door met software de profielfoto’s van hun gebruikers te sorteren op bepaalde kenmerken en dat te koppelen aan het aantal nieuwe contacten dat die personen legden in een bepaalde periode, kwamen ze tot een aantal interessante conclusies. Zo is de context van de foto bijvoorbeeld belangrijk: mannen die met hun vrienden op de foto staan, iets interessants doen of hun spieren laten zien scoren hoog, maar niet zo hoog als mannen die met een dier op de foto staan, gek genoeg. Je six pack laten zien heeft zeker effect, maar dat effect wordt snel kleiner met leeftijd. Bij vrouwen werkt het juist andersom als het om borsten gaat: als je borsten zichtbaar zijn, scoor je meer contacten, en hoe ouder je bent, hoe beter dat (relatief) werkt (tot op een bepaalde leeftijd, neem ik aan…).

Het meest opmerkelijke resultaat is dat zowel bij mannen als bij vrouwen, de foto’s waarop je helemaal niet te zien bent (of je gezicht onherkenbaar is) minstens zo goed of beter scoren dan ‘gewone’ profielfoto’s. Blijkbaar geldt (op datingsites, althans) dat mensen het interessant vinden als er iets te raden is. Kort samengevat komt het neer op het volgende: vrouwen kijken liefst recht in de camera, flirten een beetje of doen iets interessants op de foto (gitaar spelen of andere hobbies) en hebben daarbij best een laag uitgesneden truitje aan. Mannen die dat kunnen tonen hun gespierde blote bast (dat levert bijna twee keer zoveel dates op) en verbergen hun hoofd waar mogelijk (of kijken weg van de camera). Doe er je voordeel mee…

Gepost door Tommy | Geen reacties »

Druk weekje

Friday 26 February 2010

De afgelopen week was als een soort koude douche, na al die weken vakantie, lekker eten, snowboarden en in de zon zitten. Omdat ik in de eerste collegeweek op vakantie was en er tussen die vakantie en de volgende slechts vier dagen zaten, had ik nog wat in te halen – ik moet nog een essay schrijven en een stapel papers lezen. Alle lof voor onze docenten trouwens (schaamteloze reclame voor Innovatiewetenschappen!) want ik kreeg van een ervan zelfs een mailtje na m’n vakantie met de vraag of ik het vak nog ging volgen en zelfs een voorstel voor een uitgestelde deadline; een van de voordelen van een kleine opleiding.

De eerste indruk van het tweede semester van de master is dat het toch wat taaier is dan de eerste. Er moet flink veel literatuur gelezen worden voor ieder college (of discussie, moet ik eigenlijk zeggen), anders kun je gewoon niets zinnigs zeggen en uiteraard wordt dat ‘zinnigs zeggen’ gewoon beoordeeld. Ook geschiedenis behoort nu tot het curriculum; in eerste instantie misschien vreemd (we studeren immers innovaties), maar innovaties of ontwikkelingen uit het verleden kunnen wel degelijk iets zeggen over die van vandaag de dag.

Zo hebben we gisteren een discussie gehad over hoe het toch kan dat China, dat vóór 1400 mijlenver voor lag op het Westen qua technologie, niet heeft meegedaan aan de Industriële Revolutie, en het Westen China qua technologie voorbij kon streven. Nou was ik nooit echt goed in geschiedenis, en de 80 pagina’s die gelezen moesten worden waren ook niet al te duidelijk. Toch is het best interessant, en omdat er sowieso weinig aan geschiedenis verschijnt op deze site zal ik een voorbeeld geven. Een leuke stelling (die concreet genoeg is om voor jullie begrijpelijk te zijn zonder diepe innovatie-kennis) was trouwens dat de stoommachine in Engeland is uitgevonden en doorbrak omdat kolenmijnen in Engeland drooggepompt moesten worden (het is immers een eiland); de stoommachine voorzag in die behoefte, en zorgde ervoor dat er  nog meer kolen uit de grond kon worden gehaald. Zo belandde Engeland in een soort opwaartse spiraal: meer kolen, meer stoommachines die uiteindelijk ook voor andere taken konden worden ingezet. In China had men al veel langer beschikking over kolen, maar daar waren de mijnen droog en was het inzetten van een stoommachine zelfs gevaarlijk vanwege explosiegevaar. De stoommachine werd niet in China uitgevonden, omdat er simpelweg geen toepassing voor was. In Engeland kwamen de toepassingen vanzelf… Natuurlijk is de Industriële Revolutie niet te verklaren door het verschil tussen natte en droge mijnen, maar het is een leuke toevalligheid (historical contigency, dubbele woordwaarde!) die de discussie voor mij enigszins in te beelden maakte.

Verder moet er komende week een keuze worden ingeleverd voor het buitenlands semester; zoals de meesten intussen wel weten is dat een onderdeel van m’n master, en ben ik als het goed is tussen augustus en januari komend collegejaar in het buitenland aan het studeren. De vraag is uiteraard waar en dinsdag heb ik het met mijn mentor over de mogelijkheden gehad. Bovenaan het lijstje (gebaseerd op mijn interesses en gekozen richting) stonden Göteborg (Zweden) en Jena (Duitsland), maar de bestemming die ik op mijn formulier ga invullen heeft Università Bocconi, en bevindt zich in Milaan! (Enig voorbehoud is op zijn plaats, want er zijn maar een beperkt aantal plaatsen).

Allemaal best spannend dus, en ik moet zeggen dat ik er echt zin in heb. Het lijkt me heerlijk om een keer in een hele andere omgeving te zitten en het is een van die dingen waarvoor je in je leven maar weinig kansen krijgt. Uiteraard kun je, als het zover is, mijn belevenissen in Italië via deze website volgen.

Gepost door Tommy | Geen reacties »

Twitterende ambtenaren

Wednesday 10 February 2010

Ik wil ik het graag even hebben over de omgangsvormen en sociale normen van ambtenaren. Gisteren was de afsluitende bijeenkomst van de co-creatie challenge, een wedstrijd die de gemeente Eindhoven had georganiseerd om ideeën te genereren over hoe de interactie tussen burger en gemeente te verbeteren. Op het stadhuis werden de vijf beste ideeën besproken en werd de winnaar bekendgemaakt (niet wij, overigens). Het viel ons al snel op dat de achterste rij ambtenaren tijdens de presentaties van de studenten vooral geïnteresseerd waren in hun iPhone; wat blijkt, alle ambtenaren twitteren tegenwoordig. Toen een van de aanwezige ambtenaren zélf moest presenteren en een vraag kreeg, keek hij tijdens het aanhoren van de vraag niet naar degene die hem stelde, maar op z’n telefoon om de laatste tweets te checken! En inderdaad, achteraf is de hele avond na te lezen op Twitter (inclusief foto en een tweet van degene die de hele challenge organiseerde: “studenten boos, waarom al dat getwitter en geen notuliste?“).

Wáárom moeten ambtenaren Twitteren? Er is een hele beweging binnen de ambtenarij die vindt dat ambtenaren meer gebruik moeten maken van ‘web 2.0′ (wat sowieso een semi-hippe benaming is voor ‘het huidige internet’). Dat klinkt als een prima plan: weblogs van politici zijn wellicht interessant om te lezen en misschien reageren ze zelfs als je een mailtje stuurt.

Als innovatie-wetenschapper ben ik uiteraard geïnteresseerd in hoe deze nieuwe vinding wordt gebruikt door ambtenaren en, belangrijker, wat we er nou mee opschieten. Ik denk dat de ambtenaren 2.0 hun doel voorbij zijn geschoten. Terwijl er boeken zijn volgeschreven over hoe ambtenaren het beste van het internet gebruik kunnen maken, is het enige (zeer zichtbare) resultaat alleen dat er massaal wordt getwitterd. Ik persoonlijk hoef als burger helemaal niet met ambtenaren te communiceren in korte hersenscheet-berichtjes van maximaal 160 tekens. Ik hoef al helemaal niet te horen waar het ambtelijk apparaat de hele dag mee bezig is (vooral niet als na een korte inspectie blijkt dat een aanzienlijk deel van de tweets gaat over de etentjes en lunches die de ambtenaren op kosten van ons hebben!). Ambtenaren zijn gewoon werknemers van een organisatie die ‘overheid’ heet; de medewerkers van Philips gaan toch ook niet de hele dag twitteren? Om het nog maar niet te hebben over juridische gevolgen die een ambtelijke uitspraak op Twitter kan hebben (zeker gezien de verschillende mogelijkheden om een boodschap van 160 tekens anders te interpreteren).

Ik wil eigenlijk wel eens weten wat ambtenaren proberen te bereiken met hun getwitter. Immers, onderling communiceren konden ze al op betere manieren (face-to-face in het stadhuis). Twitter is daarnaast absoluut geen vorm van ‘openheid’ naar de burger toe, maar juist een barrière. In Nederland zijn de Twitteraars nog steeds een vrij gesloten groep (leg mijn oma maar eens uit hoe te twitteren en, belangrijker, hoe je nou de boodschap destilleert uit de korte berichtjes). Twitter is het nieuwe speelgoedje van de ambtenaren onderling, net als de mobiele telefoon was voor de jaren-90 yup en de tamagotchi’s voor kinderen uit dezelfde tijd. De kliek communiceert vooral met elkaar, en kijkt de gesprekspartner daarbij niet meer in de ogen, maar vooral naar een telefoon. Twitter is met z’n 160 tekens vooral een heel onhandig medium als het om meningen gaat (die kun je in de beperkte ruimte namelijk niet nuanceren).

Ambtenaren van de gemeente Eindhoven die ongeïnteresseerd staan te Twitteren tijdens een bijeenkomst over hoe de interactie tussen burger en gemeente te verbeteren. Een heel vreemde vertoning.

Gepost door Tommy | Geen reacties »

Patenten, je weet

Tuesday 26 January 2010

Vandaag: tentamen over intellectual property rights, in het bijzonder patenten. Patenten zijn in het leven geroepen om uitvinders het recht te geven hun onderzoekskosten terug te verdienen door tijdelijk een monopolie uit te oefenen ten aanzien van producten waarin de uitvinding is verwerkt. Verdere details zal ik je besparen. Dat het ‘big business’ is blijkt niet alleen uit de grafiekjes die tijdens de colleges voorbij zijn gekomen, maar toch vooral ook uit onderstaand plaatje. U ziet: de ‘patentenmuur’ van de firma Rambus. Die produceren zelf niets, maar verdienen uitsluitend aan patenten. De gehele omzet van Rambus is dus te danken aan wat aan die muur hangt. Indrukwekkend…

(Foto: BrokenSphere / Wikimedia Commons)

Gepost door Tommy | Geen reacties »

Tentamens leren ala Tommy

Friday 22 January 2010

Gezien de soms angstaanjagende hoeveelheden papier die moeten worden gelezen voor tentamens in de master, moet ik er toch eens een blog-post aan wijden: hoe het beste tentamens te leren (en te halen?). Tien tips van Tommy! (Onderstaande tips zijn mijn eigen opvattingen en zijn niet altijd pedagogisch bewezen; try at your own risk).

  1. Ga naar colleges. Zelfs als je geen aantekeningen maakt blijven dingen die je daar opvangt onbewust toch wel hangen. Het is bij mij wel vaker gebeurd dat ik een tentamenvraag eerst niet wist, maar daarna (een paar vragen verderop) werd herinnerd aan iets dat tijdens het college is genoemd. Een andere reden om te gaan is om hints op te vangen over hoe het tentamen eruit gaat zien! Is er een discussie-sessie, schrijf de discussiepunten en korte conclusies op; dat zijn vaak kandidaten voor tentamenvragen!
  2. Maak aantekeningen, maar met mate. Schrijf alleen op wat niet op de sheets staat (die kun je later toch downloaden). Schrijf zodanig dat iemand anders jouw aantekeningen ook zou snappen; alleen dan weet je zeker dat je ze weken later, als je je tentamen voorbereid, ze zelf ook nog snapt. Verwijs eventueel naar literatuur die wordt genoemd.
  3. Lees efficiënt. Sommige docenten verwachten dat je iedere week leest. Het probleem is dat mensen zoals ik, die snel lezen, veel liever alles achter elkaar lezen in de tentamenweek. Bepaal in ieder geval van tevoren hoe je het doet en probeer uit te vinden om hoeveel pagina’s het überhaupt gaat.
  4. Lees niet alles. Het is onzin om papers van voor tot achter te lezen. Referentielijsten print je natuurlijk sowieso niet uit, maar er is vaak meer dat te skippen is voor een tentamen. Zo worden vaak veel alinea’s besteed aan het bespreken van eerder onderzoek. Een tip is om de abstract pas achteraf te lezen; het geeft je een idee of je de hoofdboodschap van het paper hebt begrepen.
  5. Lees met de slides. Colleges gaan (bij ons althans) vaak over een aantal papers. Open de slides, kijk ze even door en begin te lezen. Zo weet je weer waar het over gaat, wat de structuur en het verband ongeveer is en kun je zelfs delen skippen waarvan je weet dat je ze snapt.
  6. Schrijf tijdens het lezen. Wie zegt dat je alleen aantekeningen kunt maken tijdens colleges? Bij het lezen van papers schrijf ik soms complete samenvattingen. Of typen, als dat sneller gaat. Op z’n minst een paar schemaatjes maken helpt al.
  7. Bewaar je aantekeningen tot het laatst. Aantekeningen bevatten (als je er niet teveel maakt tenminste) altijd waardevolle aanvullende informatie van een docent en de kans is groter dat deze op het tentamen terugkomt. Gebruik de aantekeningen als een soort check nadat je alles hebt gelezen: is wat gezegd is logisch en wat voor tentamenvragen zijn te bedenken? Vooral belangrijk als je aantekeningen van de eerder genoemde discussiepunten hebt.
  8. Begin op tijd en leer steeds minder. Het efficiënst is om, als je een paar dagen neemt om te leren, de eerste dag het meest te doen en dan steeds minder, tot het tentamen. De eerste reden daarvoor is dat het motivatie-technisch het handigst is: hoe langer je hebt geleerd, hoe minder je zin hebt om nóg meer te doen. Daarnaast zie je het grotere verband in een vak beter als je meer weet; oftewel, hoe meer je al weet, hoe beter je de rest van de stof snapt. De dag dat je begint met leren moet niet te dicht op het tentamen liggen, maar ook zeker niet te ver daarvoor.
  9. Ga op tijd naar bed. Je boek onder je kussen leggen werkt niet, maar goed slapen wel. Het schijnt dat je geleerde informatie ’s nachts wordt ‘geconsolideerd’, vergelijk met het defragmenteren van je harde schijf. En als je dan toch te laat bent begonnen: beter vroeg naar bed en vroeg opstaan om nog even te leren dan door blijven werken tot diep in de nacht en dan slapen. Op tijd naar de universiteit gaan helpt ook, dan hoor je van anderen misschien nog dingen waar je niet aan hebt gedacht. Heb je ’s middags tentamen, dan kun je eventueel ’s ochtends nog naar de universiteit gaan en gewoon opgaven gaan maken (wat doe je anders in al die tijd?); dan zit je er in ieder geval al een beetje in als je begint.
  10. Maak het tentamen gestructureerd. Vaak wordt aangeraden van tevoren te kijken naar alle vragen en dan pas te beginnen; dat kan je echter ook heel zenuwachtig maken. Kijk op z’n minst hoeveel vragen er zijn en begin dan gewoon bij 1. Sla gerust een vraag over als je even niet weet wat het antwoord moet zijn; dat komt later wel. Soms geeft een volgende vraag of antwoord daarop je ineens een clue voor de vraag die je niet wist. Vragen half invullen mag ook, maar noteer dat dan wel goed. Heb je de laatste vraag gehad, loop dan alle vragen langs, controleer of je bij de ingevulde vragen hebt ingevuld wat er werd gevraagd en of je alles hebt beantwoord. Last but not least: check altijd of er nog iets op de achterkant van het opgavenvel staat…
Gepost door Tommy | Geen reacties »

Het Schabbelcircuit

Thursday 21 January 2010

Niet alleen tweederangs-artiesten verdienen geregeld geld bij door her en der te schnabbelen, ook wij, als innovatie-experts in spé, kunnen er wat van. Niet van zingen uiteraard (of in ieder geval, daar gaat het vandaag niet over). Hoewel, we zijn wel weer een beetje vergelijkbaar, want tekstschrijvers zijn we wel.

Het schnabbelen in het techneutencircuit heet met een duur woord co-creatie. In a nutshell komt dat erop neer dat bedrijven en andere instellingen met een probleem zitten en dat ze daar vervolgens een stapel studenten of andere enthousiastelingen op zetten. Omdat studenten natuurlijk ook chronisch om knaken verlegen zitten, hangt daar vaak een mooie prijs aan vast. Zo won ik twee jaar terug een prijsje van 1500 euro omdat ik een concept voor TNO had uitgedacht over home entertainment. Daar moest ik wel bijna 500 euro kansspelbelasting op aftikken, maar gezien het magere inkomen van studenten is dat in de meeste gevallen ook gewoon weer terug te vragen. Toch lucratief!

Klein addertje onder het gras is overigens wel dat de voorwaarden meestal stellen dat de uitschrijver van de wedstrijd eigenaar wordt van de rechten op je idee; oftewel, het echte cashen doe je niet zelf en het bedrijf heeft voor heel weinig een stapel goede ideeën die alleen een uitwerking nog ontberen. Aan de andere kant heb je als student ook helemaal niet de middelen om ideeën (die vaak veel groter zijn dan een concept dat je zelf met een eigen bedrijf zou kunnen verkopen) te vermarkten, dus je gaat er niet echt op achteruit. Wel moet je dan natuurlijk zelf afwegen wat de ideeën zijn die je van de hand doet en welke je zelf wil uitwerken.

Er wordt dus wat afgeschnabbeld, laatst zelfs als onderdeel van een college. Voor de gemeente Eindhoven hebben we nagedacht over een nieuwe manier om burgers te laten meedenken bij het vormen van beleid. Gisteren heeft de betrokken gemeente-medewerkster ons laten weten dat we in ieder geval bij de beste vijf zijn geëindigd en zijn we uitgenodigd om ons plan op het gemeentehuis te presenteren en het verder uit te werken. Tegen die tijd zal ik ons concept ook hier nog wel even uit de doeken doen. En dan, als ware de Dries Roelvink van de innovaties, ongetwijfeld weer door naar de volgende!

Gepost door Tommy | Geen reacties »

De WCWC

Saturday 9 January 2010

Dit, dames en heren, is het kunstwerk dat sinds gistermiddag midden in de verenigingsruimte van studievereniging Intermate prijkt: een gouden toiletpot met daarin… een computer? Inderdaad.

Al zo ongeveer sinds ik in Eindhoven studeer ben ik betrokken bij Intermate; zo heb ik de huidige website grotendeels in elkaar gezet, en was ik lid van de lustrumboekcommissie, dat het lustrumboek voor het 25e lustrum van de vereniging in 2008 uitbracht. Ik hield me samen met Stijn bezig met de lay-out van dat boek, terwijl Stijn op dat moment ook de volledige promotie voor het lustrum had ontworpen. Omdat veel mensen daarna dus  wel wisten dat we goed waren in het maken van boeken, posters en ander promotiemateriaal, besloot het bestuur dat er een commissie moest gaan komen die dat voor de hele vereniging zou kunnen doen, die tegelijkertijd de webredactie (waar ik zo ongeveer het enige actieve lid in was) zou vervangen: het werd de ‘promotiecommissie en webredactie’, een veel te lange naam die al snel werd afgekort tot PCWC.

Nou moest de PCWC zelf natuurlijk ook even op de kaart gezet worden: een promotiecommissie die niet zélf een beetje aan promotie doet is een beetje vreemd. De brainstorm begon en een van de eerste ideeën was om iets te doen met de naam. Uiteindelijk bedachten we een soort promotiezuil, bestaande uit een WC met daarin een scherm, waarop we onze posters konden laten zien. Via-via tikten we een goedkope plee op de kop en onze faculteit was zo vriendelijk een afgedankte kantoorcomputer beschikbaar te stellen. Ik had van een vorig project nog wat software op de plank liggen en zo werd het gestoorde idee realiteit: de WCWC zou er komen.

Voor de vakantie kochten we spuitbussen verf en hebben we de pot en bijbehorende stortbak schoongemaakt en goud en zwart gespoten. De kast van de PC bleek precies in de stortbak te passen, dus daar hadden we weinig werk aan. Afgelopen vrijdag hebben we het kunstwerkje afgemaakt. Er moest nog wel even uitgevogeld worden hoe we het scherm het beste in de pot konden krijgen; omdat de faculteit ons meteen maar een 19″ LCD had geschonken konden we die natuurlijk niet meer onder de bril monteren, maar besloten we ‘m rechtop erin te zetten (wel uiteraard in portrait-modus, zodat onze posters, die de verhoudingen hebben van een A4′tje, daar mooi op kunnen). Dat werd bereikt door de standaard van het scherm in de plee te zetten, en de pot vervolgens vol te spuiten met PUR-schuim. De kabels werden door de rioleringsbuis naar de stortbak geleid, die intussen met staalkabels aan het plafond van de verenigingsruimte was opgehangen. Intussen is de brainstorm voor wat we allemaal met dat apparaat kunnen gaan doen ook al begonnen: van Flash-filmpjes tot posters-met-geluid en borrel countdown-tellertjes, het kan allemaal. Maar het voornaamste doel is bereikt: laten zien dat de PCWC vooral goed is in het maken van mooi (of in dit geval misschien gewoon vette) dingen!

Gepost door Tommy | Geen reacties »